Wat de codes op de brandstofpomp en de laadpaal betekenen
E10, B7, XTL, Type 2, CCS: op de pomp en de laadpaal staan symbolen die niemand ooit heeft uitgelegd. Hier staan ze op een rij, met wat ze betekenen en waar je op moet letten.
Er zijn twee momenten waarop je merkt dat niemand je dit ooit heeft verteld. Het eerste is als je met een geleende auto bij een pomp staat en je op vier pistolen vier verschillende codes ziet die geen van alle het woord benzine bevatten. Het tweede is bij een laadpaal, waar je kabel wel in het gat past maar er niets gebeurt.
Sinds 2018 staan op alle pompen en op alle nieuwe auto’s in Europa dezelfde symbolen. De bedoeling was uitstekend: één taal voor alle landen, zodat je in Frankrijk of Polen ook weet wat je tankt. Het probleem is dat er nooit een moment is geweest waarop iemand die taal aan de gebruikers heeft uitgelegd. Ze zijn er gewoon op een dag opgeplakt.
De vorm van het symbool zegt het eerste. Een cirkel is benzine, een vierkant is diesel, een ruit is gas of waterstof. De letter erin zegt om welke soort het gaat, en het getal erachter zegt hoeveel biobrandstof erin zit. E10 is dus benzine met maximaal tien procent ethanol, B7 is diesel met maximaal zeven procent biodiesel. Zodra je dat door hebt, is de rest opzoekwerk.
Wat er op de benzinepomp staat
| Code | Vorm | Wat het is | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| E5 | Cirkel | Benzine met maximaal 5 procent ethanol, meestal de duurdere 98 | Nodig voor oudere auto’s, klassiekers en veel motoren, brommers en tuingereedschap |
| E10 | Cirkel | Benzine met maximaal 10 procent ethanol, de standaard Euro 95 | Geschikt voor vrijwel alle benzineauto’s van na 2000, check bij twijfel het klepje van je tankdop |
| E85 | Cirkel | Ethanol met een kleine hoeveelheid benzine | Alleen voor auto’s die als flexifuel zijn aangemerkt, in Nederland zeldzaam |
| B7 | Vierkant | Diesel met maximaal 7 procent biodiesel, de gewone diesel | De standaard aan vrijwel elke Nederlandse pomp |
| B10 | Vierkant | Diesel met maximaal 10 procent biodiesel | Niet elke dieselmotor is hiervoor vrijgegeven, vooral in het buitenland te vinden |
| XTL | Vierkant | Synthetische diesel, bijvoorbeeld uit plantaardige olie of afvalvet | Alleen tanken als de fabrikant het toestaat, ook al staat het naast de gewone diesel |
| LPG | Ruit | Autogas | Alleen voor auto’s met een gasinstallatie, aparte vulopening |
| H2 | Ruit | Waterstof | Alleen voor brandstofcelauto’s, in Nederland op een handvol plekken |
| CNG | Ruit | Aardgas onder druk | Steeds minder pompen, controleer vooraf of het station nog bestaat |
Het getal 95 of 98 dat je daarnaast op de pomp ziet, is iets anders dan de E-code. Dat is het octaangetal en het zegt hoe goed de brandstof bestand is tegen ongewenste ontbranding onder druk. Hogere motoren met veel compressie hebben 98 nodig, de rest niet. Dat brengt me meteen bij mijn stelligste mening op dit onderwerp: 98 tanken in een auto die 95 vraagt levert je niets op, behalve een paar euro minder in je portemonnee. Er staat een advies in je instructieboekje, en dat advies is niet het minimum maar precies wat de motor wil.
De omgekeerde fout is duurder. Benzine in een dieselmotor is een dure schade, omdat diesel de brandstofpomp smeert en benzine dat juist niet doet. Merk je het aan de pomp, start dan niet, ook niet even om de auto te verplaatsen. Diesel in een benzineauto is minder ernstig maar nog steeds een sleepbeurt en een tank spoelen. Dat het vulpistool voor diesel dikker is dan de vulhals van een benzineauto is precies de reden dat die verwisseling zelden andersom voorkomt.
Wat er op de laadpaal staat
Bij elektrisch rijden gaat het niet over de brandstof maar over de stekker en het vermogen. Er zijn in Europa nog maar twee stekkers die er echt toe doen, en dat maakt het eenvoudiger dan de verhalen van vijf jaar geleden doen vermoeden.
| Aansluiting | Waar je hem vindt | Vermogen | Waarvoor |
|---|---|---|---|
| Type 2 (Mennekes) | Openbare paal op straat, laadplein, thuislader | 3,7 tot 22 kW | Wisselstroom, de gewone laadbeurt van een paar uur tot een nacht |
| CCS Combo 2 | Snellader langs de snelweg | 50 tot 350 kW | Gelijkstroom, van 10 naar 80 procent in twintig tot veertig minuten |
| CHAdeMO | Oudere snellaadstations | tot 50 kW | Vrijwel alleen nog voor oudere Japanse modellen |
| Type 1 | Zeldzaam, oudere auto’s | tot 7,4 kW | Alleen met een verloopkabel op een Type 2-paal |
| Schuko (stopcontact) | Thuis, noodgeval | circa 2,3 kW | Traag en belastend voor de groep, niet als vaste oplossing gebruiken |
Twee dingen die niet op de paal staan maar wel bepalen hoe lang je er staat. Het eerste is het aantal fasen dat je auto aankan. Een auto met een eenfasige lader haalt op een paal van 22 kW toch maar 3,7 kW, en dan sta je een nacht waar je buurman drie uur staat. Dat verschil zit in de auto, niet in de paal, en het is een van de eerste dingen die ik zou opzoeken voordat ik een tweedehands elektrische auto koop.
Het tweede is dat het geadverteerde vermogen van een snellader een piek is en geen gemiddelde. Boven de tachtig procent knijpt vrijwel elke auto de laadsnelheid dicht om de batterij te sparen, waardoor die laatste twintig procent net zo lang duurt als de eerste tachtig. Op een reis is doorrijden bij tachtig procent bijna altijd sneller dan wachten tot vol. Wie een gebruikte stekkerauto overweegt, vindt in het stuk over een eerste tweedehands elektrische auto kopen waar je verder op moet letten, en meer in het algemeen staat er van alles over de aanschaf in waar je op let bij je eerste elektrische auto.
Waar je dit terugvindt als je het kwijt bent
Op drie plekken staat wat jouw auto wil. In het instructieboekje in het dashboardkastje, aan de binnenkant van het tankklepje, en bij nieuwere auto’s als een klein symbool naast de vulopening zelf. Het kenteken en de technische gegevens van je auto vraag je op bij de RDW, al staat de brandstofsoort daar algemener omschreven dan de code op de pomp.
Alles bij elkaar is het minder ingewikkeld dan het lijkt. Cirkel is benzine, vierkant is diesel, ruit is gas. Type 2 laadt langzaam, CCS laadt snel. Als je die vijf dingen onthoudt, red je je overal in Europa, en dan hoef je bij een onbekende pomp niet meer te doen wat ik jarenlang deed: net zo lang om je heen kijken tot iemand anders begint te tanken. Wat de rest van het autobezit kost en waarom dat vaak tegenvalt, staat trouwens in het stuk over waarom de maandlasten van je eerste auto hoger uitvallen dan verwacht.