Waarschuwingslampjes op je dashboard: wat de kleuren en symbolen betekenen
Rood, oranje of groen: de kleur van een dashboardlampje zegt wat je moet doen. Een overzicht van de tien symbolen die je in een gemiddelde auto tegenkomt, en wat ze kosten.
Je rijdt de snelweg op en er springt een oranje lampje aan op het dashboard. Een symbool dat je nog nooit bewust hebt gezien, ergens tussen de toerenteller en de kilometerstand. En dan begint het rekenen: moet ik nu de vluchtstrook op, of haal ik het nog tot thuis? Wie net zijn eerste auto heeft, kent dat moment. Ik ken het ook, en ik heb toen precies gedaan wat je niet moet doen, namelijk doorrijden en hopen dat het vanzelf overgaat.
Het goede nieuws is dat je die lampjes niet stuk voor stuk uit je hoofd hoeft te leren. Er zit een systeem in, en dat systeem zit in de kleur.
De kleur vertelt je wat je moet doen, het symbool waarom
Autofabrikanten werken met een verkeerslichtlogica die internationaal min of meer gelijk is. Rood betekent: stoppen zodra dat veilig kan. Oranje of geel betekent: er is iets mis of iets is bijna op, maar je hoeft niet in paniek de berm in. Groen en blauw zijn geen waarschuwing maar een bevestiging dat iets aan staat, zoals je verlichting of je cruise control.
Dat onderscheid is belangrijker dan het plaatje zelf. Als je in een onbekend symbool kijkt en je weet niet wat het is, kijk dan eerst naar de kleur. Bij rood ga je van de weg af. Bij oranje maak je een plan voor vandaag of morgen. Dat ene onderscheid heeft mij later meer opgeleverd dan alle symbolen die ik ooit uit mijn hoofd heb proberen te leren.
De lampjes waar je wel iets mee moet
Hieronder staan de waarschuwingen die je in een gemiddelde personenauto het vaakst tegenkomt, met wat ze werkelijk aangeven. De omschrijving van het symbool is er expres bij gezet, want de meeste mensen zoeken op wat ze zien en niet op de officiële naam.
| Hoe het symbool eruitziet | Kleur | Wat er aan de hand is | Wat je doet |
|---|---|---|---|
| Een ouderwetse oliekan met een druppel | Rood | De oliedruk is te laag. Dit gaat niet over te weinig olie bijvullen, maar over smering die wegvalt | Direct veilig stoppen en de motor uitzetten. Doorrijden kan de motor onherstelbaar beschadigen |
| Een thermometer in golfjes | Rood | De motor wordt te heet, meestal door verlies van koelvloeistof of een defecte thermostaat | Stoppen, motor uit, laten afkoelen. Nooit meteen de koelvloeistofdop opendraaien |
| Een rechthoekige accu met plus en min | Rood | De dynamo laadt de accu niet meer bij. Je rijdt op wat er nog in de accu zit | Zo snel mogelijk naar een garage. Zet stroomvreters zoals de achterruitverwarming uit |
| Een uitroepteken in een cirkel | Rood | Iets met het remsysteem: handrem staat aan, remvloeistof is laag, of de remmen zijn versleten | Controleer eerst de handrem. Blijft het branden, dan rijd je niet verder |
| Een zittend poppetje met een bal ervoor | Rood | Storing in de airbag of de gordelspanners | Rijden mag, maar de airbag kan uitvallen bij een botsing. Laat het snel nakijken |
| Een motorblok van opzij, soms met een pijl | Oranje | Het motormanagement heeft een fout opgeslagen. Dat kan alles zijn, van een lekke slang tot een sensor | Knippert het lampje, dan rustig rijden en direct naar de garage. Brandt het rustig, dan deze week laten uitlezen |
| Een doorsnede van een band met uitroepteken | Oranje | De spanning in een of meer banden is gezakt | Bij de eerste pomp de spanning controleren en op de waarde uit het tankklepje brengen |
| Een auto met slingerende strepen eronder | Oranje | De stabiliteitsregeling grijpt in, of hij is uitgeschakeld | Knippert hij tijdens het rijden, dan is de weg glad. Blijft hij branden, dan is er een storing |
| Een spiraal, lijkt op een krul | Oranje | De gloeibougies van een dieselmotor warmen op | Even wachten met starten tot het lampje uit is. Blijft hij branden, dan is er een storing |
| Een blokje met stippellijnen en golven | Oranje | Het roetfilter zit vol, vaak na veel korte ritten | Twintig minuten constant doorrijden op de provinciale weg, zodat het filter zichzelf schoonbrandt |
Wat opvalt als je die rij zo bekijkt: de rode lampjes gaan bijna allemaal over iets wat binnen minuten kapot kan gaan, en de oranje over iets wat je binnen dagen moet oplossen. Het lampje van de bandenspanning is daarvan de goedkoopste en de meest genegeerde. Dat is jammer, want te zachte banden slijten sneller, verbruiken meer brandstof en remmen slechter. Hoe je die spanning controleert en waarom het meer uitmaakt dan het lijkt, staat in deze uitleg over bandenspanning controleren.
Wat je doet in de eerste vijf minuten
De volgorde die je aanhoudt is bij elk rood lampje hetzelfde. Zoek eerst een veilige plek: een parkeerhaven, een tankstation, desnoods de vluchtstrook met je alarmlichten aan. Zet de motor uit, want een motor zonder oliedruk of met kokende koelvloeistof loopt zichzelf in een paar minuten kapot. Pak dan het instructieboekje uit het dashboardkastje en zoek het symbool op. In dat boekje staat het merkspecifieke antwoord, en dat is betrouwbaarder dan de eerste zoekresultaten op je telefoon.
Twijfel je, bel dan wegenwacht of verzekeraar voordat je verder rijdt. Een sleepbeurt is vervelend, maar aanzienlijk goedkoper dan een motor die vastloopt. Dat is precies de rekensom die ik als beginnend automobilist verkeerd maakte, en die fout kost je in één keer meer dan een jaar aan onderhoud.
Een lampje is geen keuring
Belangrijk om te weten: het dashboard waarschuwt lang niet voor alles. Versleten schokdempers, doorgeroeste remleidingen en speling in de wielophanging geven geen enkel signaal. Daar is de periodieke keuring voor, en tijdens de APK wordt overigens ook gekeken of je waarschuwingslampjes zelf nog werken. De RDW legt uit wanneer je auto aan de beurt is. Wie een tweedehands auto op het oog heeft, laat die daarnaast liever vooraf nakijken door een onafhankelijke keurmeester. Wat zo iemand precies doet, staat beschreven in het artikel over de aankoopkeuring van een auto.
Reken er ook op dat een oranje motorlampje bijna nooit gratis is. Alleen het uitlezen van de foutcode kost bij de meeste garages tussen de dertig en zestig euro, en dan weet je alleen nog waar het probleem zit. Dat soort posten is precies de reden dat de maandlasten van een eerste auto hoger uitvallen dan starters verwachten. Zet naast je verzekering en wegenbelasting dus een bedrag per maand opzij voor reparaties, ook als de auto op dit moment prima rijdt.
Zelf uitlezen kan, maar begin er niet mee
Er zijn kleine uitleesapparaatjes die je in de aansluiting onder het stuur steekt en die de foutcode naar je telefoon sturen. Je koopt ze voor twintig tot vijftig euro bij een bouwmarkt met een auto-afdeling, bij een autoshop als Kwik-Fit of Halfords, of bij de gereedschapszaak om de hoek. Handig, maar met een kanttekening: zo’n apparaat geeft je een code en een korte omschrijving, geen diagnose. De code die op een lambdasonde wijst, komt in de praktijk vaak door een lek verderop in de uitlaat.
Mijn advies aan iedereen die net begint: koop dat ding pas als je al een keer bij de garage bent geweest en snapt hoe zo’n gesprek loopt. Anders staat je eerste eigen diagnose lijnrecht tegenover die van de monteur, en dan koop je onderdelen die je niet nodig had. Het lampje uitzetten met een app lost sowieso niets op, want de storing komt gewoon terug zodra de auto hem opnieuw meet.
Wat je vandaag kunt doen
Leg het instructieboekje terug in de auto als het bij je thuis in een la ligt. Fotografeer de pagina met het overzicht van de lampjes, zodat je hem op je telefoon hebt als het boekje ooit kwijtraakt. Zoek daarna het stickertje in het tankklepje of in de deurstijl op met de juiste bandenspanning en zet die waarde in een notitie.
Dat kost je een kwartier, en het is het verschil tussen paniek en een plan als er over drie maanden op een donkere avond een symbool aanspringt dat je nog nooit hebt gezien.