Je fiets zelf afstellen: zadel, stuur en remmen
Zadelhoogte, zadelstand, stuurhoogte en remmen in vijf stappen, met het gereedschap dat je ervoor nodig hebt en de drie klussen die je beter aan de fietsenmaker overlaat.
De meeste mensen fietsen jarenlang op een fiets die niet bij ze past. Niet omdat het frame verkeerd is, maar omdat het zadel staat waar het stond toen ze hem kregen. Een zadel dat drie centimeter te laag staat kost je in elke trap kracht, laat je knieën harder werken dan nodig en zorgt ervoor dat je na een kwartier op je bovenbenen zit te leunen. Dat voelt als slechte conditie, en het is een instelling.
Het goede nieuws is dat je met twee inbussleutels en een half uur op een zaterdagochtend het grootste deel van dat probleem oplost. Dit is de volgorde die ik zelf aanhoud, en die volgorde is niet willekeurig: elke stap verandert iets waar de volgende stap van uitgaat.
Wat je nodig hebt
- Een set inbussleutels van 4, 5 en 6 mm (een setje kost 8 tot 15 euro)
- Een steeksleutel van 15 mm als je fiets nog moeren heeft in plaats van snelspanners
- Een rolmaat of meetlint
- Een kruiskopschroevendraaier voor de remkabelspanning op sommige modellen
- Een doekje en wat kettingolie of montagepasta
- Een muur om je tegen af te zetten, of iemand die de fiets vasthoudt
Gereedschap koop je bij Gamma, Praxis of Kwantum, en bij een fietsenwinkel of Decathlon vind je setjes die specifiek voor fietsen bedoeld zijn (met een 15 mm sleutel erbij). Wat je niet nodig hebt: een momentsleutel, tenzij je fiets een carbon zadelpen of stuurpen heeft. Dan wel, want carbon knapt als je te hard aandraait, en dat staat meestal in kleine lettertjes op het onderdeel zelf.
Stap voor stap
- Zadelhoogte. Ga met je hiel op het pedaal staan terwijl het pedaal helemaal onderaan staat. Je been moet dan net gestrekt zijn zonder dat je heup wegkantelt. Fiets je vervolgens met de bal van je voet op het pedaal, dan houd je precies de lichte knik in je knie die je wilt. Zet het zadel daar vast en let op de minimale insteekmarkering op de zadelpen: die streep mag nooit boven de buis uitkomen, want dan kan de pen breken.
- Zadel waterpas en voor-achter. Leg de rolmaat of een plank plat over het zadel en kijk of de neus omhoog of omlaag wijst. Waterpas is voor bijna iedereen goed; een neus die omhoog steekt geeft druk waar je die niet wilt, een neus omlaag laat je constant naar voren glijden zodat je op je polsen leunt. Schuif daarna het zadel op de rails zo dat je knieschijf recht boven de pedaalas zit wanneer de crank horizontaal staat.
- Stuurhoogte. Voor stadsfietsen geldt: hoe rechter je wilt zitten, hoe hoger. Een stuur ongeveer gelijk met of iets boven het zadel is comfortabel voor dagelijks gebruik. Ook hier heeft de stuurpen een insteekmarkering, en die is nog belangrijker dan bij het zadel: een stuurpen die losschiet betekent dat je stuurloos bent.
- Remmen. Knijp beide handles in. Ze moeten stevig aanvoelen op ongeveer een derde van de weg naar het handvat en mogen nooit tot tegen het stuur komen. Zijn ze te slap, dan draai je de stelschroef bij het handvat een paar slagen naar buiten tot de blokjes dichter bij de velg staan. Bij velgremmen horen de blokjes vlak op de velg te grijpen en niet op de band; raken ze het rubber van je band, dan slijt die binnen een week door.
- Bandenspanning en de rest. Pomp de banden op tot de druk die op de zijkant van de band staat en controleer of de wielen recht in de vork staan en niet slingeren. Draai daarna alle bouten die je hebt losgehad nog eens na, en maak een blokje om.
Dat rondje aan het eind is geen afsluiting maar een meting. Het duurt ongeveer drie ritten voor je lichaam went aan een nieuwe zadelhoogte, dus verander niet meteen alles terug omdat het onwennig voelt. Wat je wel serieus moet nemen is pijn: aan de voorkant van je knie betekent bijna altijd zadel te laag of te ver naar voren, aan de achterkant betekent te hoog. Dat is een betrouwbaardere aanwijzing dan welk meetlint dan ook.
Waar het bij mij misging
Ik heb ooit een halfjaar met een zadel gefietst dat drie centimeter te laag stond omdat ik het prettig vond om bij het stoplicht met beide voeten aan de grond te kunnen. Dat is de klassieke afweging, en ik heb hem verkeerd gemaakt. Bij de goede zadelhoogte kom je met je tenen bij de grond of je kantelt even van het zadel af, en dat leer je binnen een week af te doen zonder erover na te denken. De kracht die je terugkrijgt op elke rit is dat ongemak van een week ruimschoots waard.
Wanneer je toch naar de fietsenmaker gaat
Alles hierboven kun je zelf doen zonder iets te kunnen breken. Er zijn drie dingen waarbij ik dat niet zou zeggen: een vastgelopen zadelpen die niet meer beweegt (aluminium in staal kan zich compleet vastvreten en er is echt kracht en soms hitte nodig), hydraulische schijfremmen die sponsachtig aanvoelen (die moeten ontlucht worden en dat vraagt om vloeistof en een setje) en een wiel dat zichtbaar slingert. Dat laatste is uitrichten met een spaakspanner, en dat is een vaardigheid die je niet op je eigen wiel wilt oefenen als je er morgen mee naar je werk moet.
Voor kleiner onderhoud dat je wel prima zelf doet, staat er een apart stuk over een band plakken. En mocht de fiets ondanks alles verdwijnen: wat je verzekering dan wel en niet vergoedt, staat in het stuk over een gestolen fiets.