begin goed. begin hier.
Studie

Je studieschuld terugbetalen: zo werken de aanloopfase en draagkracht

Twee jaar aanloopfase, vijftien of vijfendertig jaar looptijd en een maandbedrag dat meebeweegt met je inkomen. Zo regel je het terugbetalen als starter.

Bart 27 augustus 2026 5 min lezen
Jonge starter aan een keukentafel met een laptop en post over studiefinanciering

Je studeert af, je hebt een baan, en dan valt er een brief op de mat waarin een bedrag staat dat je vier jaar lang bewust bent vergeten. De studieschuld. Voor de meeste starters is dit de eerste keer dat ze met een langlopende schuld te maken krijgen, en de manier waarop het terugbetalen werkt is aanzienlijk vriendelijker dan de meeste mensen denken. Het is alleen niemand die het je uitlegt.

Eerst gebeurt er twee jaar niets

Na het jaar waarin je studiefinanciering stopt, volgt de aanloopfase. Die duurt twee jaar, en in die periode hoef je niets terug te betalen. De schuld staat er wel, en er loopt rente over, maar er wordt niets afgeschreven.

Je mag in die twee jaar vrijwillig aflossen, en dat is precies de vraag waar starters over twijfelen. Mijn antwoord daarop is meestal: nog niet. In die eerste twee jaar heb je een buffer nodig, een borg voor een woning, misschien een auto. Een noodpotje van drie maanden vaste lasten is meer waard dan een paar honderd euro extra afgelost op een schuld met een lage rente en een lange looptijd. Aflossen kun je later altijd nog, een buffer bouw je alleen op als je hem niet uitgeeft.

De rente ligt hier wel op de loer. Die wordt jaarlijks vastgesteld en staat daarna vijf jaar vast. In jaren met een lage rente was de studieschuld bijna gratis geld, in andere jaren niet. Kijk daarom altijd welk percentage voor jouw periode is vastgezet voordat je beslist of vervroegd aflossen zinvol is.

Hoe lang je erover doet

Er zijn twee terugbetaaltermijnen, en welke voor jou geldt hangt af van wanneer en wat je studeerde.

Wie op het mbo studeerde, of aan hbo of universiteit begon in de tijd van de oude basisbeurs, valt onder de termijn van vijftien jaar. Wie hbo of wo deed in de jaren van het leenstelsel en daarna, heeft vijfendertig jaar de tijd. Dat verschil is groot: dezelfde schuld verdeeld over vijfendertig jaar geeft een maandbedrag dat minder dan de helft is van dat bij vijftien jaar.

Wat er na afloop van de termijn nog openstaat, wordt kwijtgescholden. Dat is een wezenlijk verschil met vrijwel elke andere lening en de reden dat een studieschuld niet te vergelijken is met een persoonlijke lening bij een bank.

Je betaalt naar wat je verdient

Het maandbedrag wordt niet alleen bepaald door de hoogte van je schuld, maar ook door je inkomen. Verdien je weinig, dan betaal je weinig, en onder een bepaalde grens betaal je niets. Dat heet draagkracht, en het is de kern van de regeling.

Het loopt niet automatisch goed. De standaardberekening gaat uit van je inkomen van twee jaar geleden, en dat is voor een starter precies het jaar waarin je nog studeerde of een bijbaan had. Ben je gaan verdienen, dan valt je maandbedrag mee. Ben je juist gaan minderen, gestopt met werken of ziek geworden, dan moet je zelf een nieuwe draagkrachtmeting aanvragen op basis van je huidige inkomen. Doe je dat niet, dan blijft er te veel afgeschreven worden.

Wat je nodig hebt

  • Je DigiD, want alles rond terugbetalen regel je in Mijn DUO.
  • Je jaaropgave of loonstroken van dit jaar, voor een draagkrachtmeting.
  • Een overzicht van je vaste lasten. Het Nibud heeft gratis rekentools om te bepalen wat je maandelijks kunt missen.
  • Een aparte spaarrekening voor je buffer, gescheiden van je betaalrekening.
  • Een half uur, één keer per jaar, in je agenda om de stand te controleren.

Zo pak je het aan

  1. Log in op Mijn DUO en zoek je exacte schuld op. Niet het bedrag dat je denkt te hebben, maar het bedrag dat er staat, inclusief bijgeschreven rente.
  2. Controleer welke termijn voor jou geldt, vijftien of vijfendertig jaar, en welk rentepercentage voor jouw periode vaststaat.
  3. Kijk wanneer je aanloopfase afloopt. Zet die datum in je agenda, want vanaf dan wordt er afgeschreven en dat wil je niet als verrassing.
  4. Bereken je maandbedrag met de rekenhulp op de site van DUO. Vergelijk dat met wat je nu daadwerkelijk overhoudt.
  5. Vraag een draagkrachtmeting aan als je inkomen lager ligt dan twee jaar geleden. Dit kost tien minuten en scheelt soms honderden euro’s per jaar.
  6. Zet een automatische incasso op de dag na je salaris. Aan het eind van de maand is er nooit geld over, aan het begin wel.
  7. Kijk elk jaar opnieuw. Je inkomen verandert, de rente kan opnieuw worden vastgezet en je situatie schuift.

Op de pagina van DUO over terugbetalen staan de actuele percentages, drempelinkomens en termijnen. Die bedragen veranderen jaarlijks, dus reken nooit met een getal uit een artikel of van een forum, ook niet met dat van mij.

De studieschuld en je eerste huis

Hier komt de vraag waar het bij starters echt om draait. Een studieschuld verlaagt het bedrag dat je kunt lenen voor een woning. Geldverstrekkers rekenen met een vast percentage van je oorspronkelijke schuld als maandlast, ongeacht wat je daadwerkelijk betaalt.

Twee dingen zijn daarbij belangrijk. Ten eerste: je moet je studieschuld altijd opgeven bij een hypotheekaanvraag. Hij staat niet bij BKR geregistreerd, maar verzwijgen is fraude en het komt vrijwel altijd uit. Ten tweede: extra aflossen vlak voor een hypotheekaanvraag helpt, omdat er met een lagere restschuld wordt gerekend. Wie serieus plannen heeft om binnen twee jaar te kopen, kan dus wel degelijk overwegen om af te lossen, precies andersom dan mijn advies hierboven. Het hangt er dus vanaf waar je heen wilt, en dat is ook het eerste wat je uitzoekt voordat je aan de stappen van bod tot sleuteloverdracht begint.

Wat je beter niet doet

De brief negeren is de duurste fout. Betaal je niet en reageer je niet, dan volgt een aanmaning, daarna verhoging, en uiteindelijk een deurwaarder. Terwijl je met een draagkrachtmeting in bijna alle gevallen naar een bedrag kunt dat je wel kunt dragen, tot nul euro aan toe.

Een studieschuld oversluiten naar een consumptief krediet is de tweede fout. Op papier is de rente soms lager, in werkelijkheid verlies je de kwijtschelding aan het eind, de draagkrachtregeling en de lange looptijd. Dat is een slechte ruil, hoe het ook wordt gepresenteerd.

En tot slot: paniek. Een studieschuld van dertigduizend euro klinkt zwaar, maar bij een looptijd van vijfendertig jaar en een inkomensafhankelijk maandbedrag praat je over een bedrag dat vergelijkbaar is met een telefoonabonnement. Dat is precies waarom het loont om het één keer goed uit te zoeken in plaats van er jaren omheen te lopen, net als bij het onderhandelen over je startsalaris: het ongemak van één gesprek weegt niet op tegen wat het jarenlang oplevert.