begin goed. begin hier.
Geld

Vermogensbelasting in box 3: wat verandert er voor beginners?

Box 3 verandert in 2026 stap voor stap richting werkelijk rendement. Wat betekent dat voor beginners, en hoe houd je je vermogensbelasting laag?

Bart 27 juni 2026 6 min lezen
black Android smartphone near ballpoint pen, tax withholding certificate on top of white folder

Sparen voelt veilig, maar de Belastingdienst rekent ondertussen door. Box 3 – de plek waar je spaargeld, beleggingen en tweede huis zitten – gaat in 2026 voor steeds meer beginners écht knellen. Wat verandert er, wanneer ga je betalen en hoe houd je het overzichtelijk zonder accountant in te schakelen?

Tot een paar jaar geleden hoefde je je nauwelijks druk te maken om box 3. Een paar duizend euro spaargeld op een rekening, klaar. Sinds de Hoge Raad in 2021 zei dat het oude box 3-systeem niet eerlijk was, schuift de wetgeving steeds verder op naar belasting over wat je werkelijk verdient. In 2026 zitten we in een overgangsfase: deels werkelijk rendement, deels nog forfaitair. Het klinkt technisch, maar voor wie net begint met sparen of beleggen is dit hét moment om te begrijpen hoe het zit.

Wat is box 3 eigenlijk?

De Nederlandse inkomstenbelasting kent drie boxen. Box 1 is je inkomen uit werk en je eigen woning, box 2 gaat over aandelen in je eigen bv en box 3 betreft je vermogen: spaargeld, beleggingen, een vakantiehuisje, cryptomunten, en schulden die daar tegenover staan. Niet álles telt mee – je eigen huis valt onder box 1, je auto en inboedel blijven helemaal buiten beeld.

Box 3 kijkt naar je vermogen op 1 januari. Heb je op die peildatum meer dan het heffingsvrije vermogen, dan ga je belasting betalen. In 2026 ligt dat heffingsvrije vermogen op ongeveer 57.684 euro per persoon. Heb je een fiscaal partner, dan tel je samen door en heb je dus zo’n 115.000 euro vrij voordat je iets afdraagt.

a calculator sitting on top of a table next to a laptop
Foto: Jakub Żerdzicki via Unsplash

Wat verandert er in 2026?

Het oude systeem ging uit van een fictief rendement: de Belastingdienst deed alsof je een bepaald percentage rendement maakte, ongeacht wat er daadwerkelijk op je rekening stond. Dat werd onhoudbaar, zeker voor spaarders die nul rente kregen. Nu schuift Nederland richting belasting over werkelijk rendement, maar de invoering van het nieuwe stelsel is uitgesteld tot 2028. Voor 2026 betekent dat:

  • Je betaalt over het forfaitaire rendement per categorie (sparen, overige bezittingen, schulden), maar je mag tegenbewijs leveren als jouw werkelijke rendement lager was.
  • Het tarief in box 3 staat in 2026 op 36 procent over dat rendement.
  • De forfaits worden jaarlijks aangepast: voor spaargeld rond de 1,4 procent, voor overige bezittingen (beleggingen, vakantiehuis) zo’n 5,9 procent.

Concreet: heb je 80.000 euro op een spaarrekening, dan betaal je over het bedrag boven het heffingsvrije vermogen (ruim 22.000 euro) ongeveer 1,4 procent rendement × 36 procent belasting. Dat komt uit op iets meer dan 110 euro per jaar. Beleg je dat bedrag in ETF’s, dan rekent de fiscus met 5,9 procent fictief rendement en wordt het al snel ruim 460 euro.

Box 3 is niet meer iets voor ‘rijke mensen’. Wie als twintiger doorspaart voor een huis kan al binnen vijf jaar boven de drempel zitten.

Tegenbewijs: betaal niet meer dan nodig

Het grote verschil met vroeger is dat je tegenbewijs mag aanleveren. Klinkt zwaar, maar het komt neer op laten zien wat je daadwerkelijk hebt verdiend. Heb je 40.000 euro belegd en is dat in een crashjaar 4.000 euro minder waard geworden? Dan hoef je geen belasting te betalen over een fictief plusje. Je vult dat in via het formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement’ bij je aangifte.

Wat tel je mee bij werkelijk rendement?

  • Rente op je spaarrekening (ook bij neobanken zoals Bunq of Trade Republic).
  • Dividend van aandelen en ETF’s.
  • Waardeverandering van beleggingen, vastgoed en crypto – ook ongerealiseerd.
  • Aftrek van kosten, voor zover de wet die toestaat (denk aan onderhoud aan een verhuurd pand).

Wie alleen spaart heeft hier zelden voordeel van, want het forfait voor sparen ligt al laag. Voor beleggers is het tegenbewijs in slechte jaren juist goud waard. Houd daarom je transacties bij – veel brokers zoals DEGIRO en Saxo leveren een jaaroverzicht dat je rechtstreeks kunt gebruiken.

Schulden en partners: de details die geld besparen

Schulden in box 3 (denk aan een studieschuld of een lening voor verbouwing van een verhuurpand) verlagen je vermogen. Let op de drempel: alleen het deel boven de 3.700 euro per persoon telt mee. Voor fiscale partners kun je vermogen en schulden onderling verdelen, en dat is geen detail. Door slim te verdelen kunnen jullie soms beiden onder de drempel blijven, of in elk geval het tarief drukken.

Een voorbeeld. Maartje (29) en Lieke (31) hebben samen 130.000 euro vermogen, voornamelijk spaargeld voor een eerste huis. Verdelen ze het 50/50, dan zit Maartje rond de drempel en Lieke er net boven. Door alles bij Maartje te leggen (die fiscaal partner is en geen ander vermogen heeft) blijft een groter deel onbelast. Dit soort verschuivingen doe je puur op papier in je aangifte, niet door geld over te boeken.

Praktisch: zo bereid je je voor

De aangifte over 2026 doe je pas begin 2027, maar wat je nú regelt scheelt straks gedoe. Drie dingen die helpen:

  • Maak een vermogensoverzicht op 1 januari. Screenshot je spaarrekeningen en beleggingsdepots op die datum. Zo heb je later geen discussie over saldo’s.
  • Hou rendement bij in een simpel sheet. Naam rekening, beginsaldo, eindsaldo, rente of dividend ontvangen. Meer hoef je echt niet.
  • Check of je in aanmerking komt voor partnerverdeling. Niet iedereen die samenwoont is fiscaal partner – daar gelden voorwaarden voor.

Wil je vooraf weten waar je staat, gebruik dan de rekentool van de Belastingdienst (zoek op ‘box 3 voorlopige berekening’). Een uurtje invullen levert je een redelijk accuraat beeld op.

Voorbeeldsommen voor beginners

Even met de cijfers schuiven, want abstracte percentages zeggen weinig.

  • 30.000 euro op spaarrekening, alleenstaand. Onder de heffingsvrije drempel. Belasting: 0 euro.
  • 70.000 euro op spaarrekening, alleenstaand. Belast vermogen ongeveer 12.300 euro. Forfaitair rendement 1,4 procent = 172 euro. Belasting 36 procent = circa 62 euro.
  • 70.000 euro in ETF’s, alleenstaand. Zelfde belast vermogen, maar forfait 5,9 procent = 726 euro rendement. Belasting circa 261 euro – of minder als je daadwerkelijk minder hebt verdiend en tegenbewijs aanlevert.
  • 150.000 euro samen, fiscaal partners. Heffingsvrije ruimte samen ongeveer 115.000 euro. Belast vermogen 35.000 euro. Bij sparen: zo’n 175 euro belasting. Bij beleggen: rond de 740 euro.

Mooi om te zien dat de bedragen voor de meeste beginners overzichtelijk blijven. Het wordt pas pijnlijk als je serieus vermogen opbouwt – en dan loont vooruitkijken pas écht.

person using black computer keyboard
Foto: Towfiqu barbhuiya via Unsplash

Veelgestelde vragen

Telt mijn studieschuld mee als schuld in box 3?

Ja, maar alleen het deel boven de drempel van 3.700 euro per persoon. Heb je 12.000 euro studieschuld, dan trek je 8.300 euro af van je box 3-vermogen.

Moet ik crypto opgeven in box 3?

Zeker. Bitcoin, ethereum en alle andere munten vallen onder ‘overige bezittingen’ en worden net als beleggingen behandeld. Je geeft de waarde op 1 januari op. De Belastingdienst kijkt actief mee via informatieverzoeken bij exchanges.

Wat als ik in de loop van het jaar een erfenis krijg?

Voor box 3 telt alleen de peildatum 1 januari. Een erfenis in maart 2026 telt pas mee in je aangifte over 2027. Houd er wel rekening mee dat je over de erfenis zelf erfbelasting betaalt.

Ben ik verplicht tegenbewijs aan te leveren?

Nee. Als het forfait voor jou voordelig uitpakt (typisch bij spaarders in goede rentejaren), laat je het zo. Het is jouw keuze. Voor meer over verwante onderwerpen, lees ons artikel over een budget opstellen als beginner.

Tot slot

Box 3 voelt als zo’n onderwerp dat ‘later’ is. Maar wie nu begint met sparen of beleggen krijgt er sneller mee te maken dan verwacht, zeker met de toegenomen rendementen op spaarrekeningen en de stijgende vermogensgrenzen waar je ongemerkt overheen kunt schieten. Wat helpt: één keer per jaar tien minuten je vermogen op een rijtje zetten, weten waar de drempel ligt en bij twijfel even checken of tegenbewijs gunstiger uitpakt. Geen accountant nodig – wel een agenda-herinnering op 1 januari.