Voor het eerst je cv-ketel bijvullen en ontluchten
De radiator wordt bovenin niet warm en de ketel klaagt over te weinig druk. Zo vul je bij en ontlucht je in de goede volgorde, met wat je nodig hebt en waar je dat haalt.
Het is bij ons thuis altijd dezelfde week. De eerste koude nacht van september, de verwarming gaat voor het eerst sinds april aan, en dan blijkt de radiator in de slaapkamer onderin gloeiend heet en bovenin ijskoud. Op het schermpje van de ketel staat iets van 0,6 bar, en je hebt geen idee of dat erg is.
Het is niet erg, maar je moet er wel wat aan doen. Een cv-installatie is een gesloten systeem: hetzelfde water gaat rond en rond. Verliest dat systeem druk, dan zakt de waterstand en komt er lucht in de leidingen. Lucht stijgt, dus die verzamelt zich op de hoogste punten, en dat zijn de bovenkanten van je radiatoren en de radiatoren op de bovenste verdieping. Waar lucht zit kan geen water komen, en waar geen water komt is geen warmte. Vandaar de koude bovenkant.
Wat mij hier al jaren stoort, is dat vrijwel iedereen dit klusje in de verkeerde volgorde uitvoert. Ontluchten haalt lucht uit het systeem, en daarmee zakt de druk verder. Bijvullen brengt de druk omhoog. Doe je het bijvullen eerst en het ontluchten daarna, dan sta je binnen een uur alsnog met een te lage druk. De juiste volgorde is: druk op peil brengen, dan ontluchten, dan opnieuw controleren en zo nodig nog een keer bijvullen. Dat is de hele kunst, en het kost je twintig minuten.
Wat je nodig hebt
- Een ontluchtingssleutel voor radiatoren. Een vierkant sleuteltje van een paar euro, te koop bij Gamma, Praxis, Karwei, Hornbach en bij elke ijzerwarenwinkel. Koop er meteen twee, want dit is bij uitstek het gereedschap dat verdwijnt.
- Een vulslang met twee wartels, als je die niet al bij je ketel hebt hangen. Ook bouwmarkt, meestal bij de installatiematerialen. Kijk eerst achter of onder je ketel: bij veel woningen hangt hij er al aan.
- Een laag bakje of een dienblad met een opstaande rand, plus een oude theedoek. Een beker is te hoog, want je moet hem onder een tapkraantje op tien centimeter van de vloer houden.
- Een tweede persoon, of anders een telefoon met een foto van de drukmeter. Ketel en radiator zitten zelden in dezelfde ruimte.
- Bij een oudere radiator met een dichtgekoekt ontluchtingsnippeltje: een kleine waterpomptang. Gebruik die alleen als het sleuteltje echt niet pakt.
Wat je niet nodig hebt is een chemisch middel, een pomp of een monteur. Ik zeg dat expres zo stellig, want er wordt op dit klusje verrassend veel verdiend aan mensen die denken dat een koude radiator een defect is. Pas als je hierna beschreven route drie keer in een winter moet lopen, is er echt iets aan de hand.
Het stappenplan
- Zet de verwarming een uur uit. Draai de thermostaat helemaal omlaag en wacht tot de radiatoren lauw zijn. Bij een draaiende pomp zit de lucht in beweging en ontlucht je alleen het toevallige belletje dat net langskomt. Bovendien is heet water dat uit een ontluchter spuit een reden om naar de huisarts te gaan.
- Lees de druk af. Op het schermpje of de wijzerplaat van de ketel staat een waarde in bar. Koud is 1,5 bar een prima uitgangspunt voor een gemiddelde eengezinswoning. Woon je op vier hoog in een oud pand met radiatoren op zolder, dan mag het richting 1,8. Boven de 2,5 bar is het te veel en moet je juist water aftappen.
- Koppel de vulslang aan. De ene kant op de koudwaterkraan of de speciale vulkraan, de andere op het vulpunt van de ketel. Vul de slang eerst met water voordat je hem aan beide kanten vastdraait, anders duw je precies de lucht naar binnen die je er straks weer uit wilt hebben. Dat klinkt als een detail, maar het is het meest gemaakte foutje van allemaal.
- Vul langzaam bij tot ongeveer 1,8 bar. Open de kraan een klein stukje. Je hoort water lopen en ziet de wijzer of het cijfer stijgen. Je vult bewust iets boven je doelwaarde, want het ontluchten gaat er straks weer druk afhalen. Zodra je op 1,8 zit: kraan dicht, allebei de kanten van de vulslang losdraaien, slang eraf. Laat een vulslang nooit aangekoppeld hangen.
- Ontlucht van beneden naar boven. Begin op de laagste verdieping, bij de radiator die het dichtst bij de ketel zit, en werk zo omhoog naar de verste radiator op de bovenste etage. Lucht wil naar boven, dus je duwt hem in de richting waar hij toch al heen wil.
- Draai per radiator het ontluchtingsnippeltje een kwartslag open. Dat zit aan de bovenkant, aan de kant tegenover de kraan. Houd je bakje eronder en de theedoek eromheen. Je hoort sissen. Blijf staan wachten. Zodra er een straaltje water komt in plaats van lucht, draai je hem meteen dicht. Niet verder open dan een kwartslag: het nippeltje is klein, het schroefdraad is zacht, en eruit draaien betekent een fontein.
- Controleer de druk opnieuw. Na alle radiatoren is de druk gezakt, vaak met twee tot vier tienden. Vul bij tot 1,5 bar koud. Kom je nu al onder de 1 uit, dan is er meer lucht uit gekomen dan normaal en heb je waarschijnlijk een tweede ronde nodig.
- Zet de verwarming aan en voel na een half uur. Elke radiator moet nu van boven tot onder gelijkmatig warm worden. Blijft er eentje koud aan de bovenkant, dan zat er meer lucht in dan er in een keer uit kon en herhaal je stap zes voor die ene.
- Noteer de datum en de druk. Een briefje in de meterkast of een notitie in je telefoon. Dit is de stap die iedereen overslaat en die het meeste oplevert, want pas met twee metingen weet je of je installatie langzaam druk verliest of dat het eenmalig was.
Wanneer het geen luchtprobleem meer is
Moet je binnen twee weken opnieuw bijvullen, dan lekt er ergens water. Soms zichtbaar, als een vochtplek onder een radiatorkraan of een druppelspoor onder de ketel, soms onzichtbaar in een vloerverdeler. Blijft een radiator koud terwijl er bij het ontluchten meteen water komt, dan zit er geen lucht in maar slib, en dan moet de installatie doorgespoeld worden. Beide gevallen zijn werk voor een installateur, en dat is geen zwaktebod: het is precies de grens tussen wat je zelf kunt en wat je moet uitbesteden.
Rammelt de ketel of tikt hij bij het opstarten, dan is het ook geen kwestie van ontluchten. Dat hoort bij het onderhoud, en hoe vaak dat nodig is en wat een zuinige installatie eigenlijk verbruikt, legt Milieu Centraal per huistype uit.
Wat dit klusje verder nog oplevert
De koude bovenkant van een radiator kost je meer geld dan je denkt. Een radiator die voor een derde vol lucht zit geeft ook een derde minder warmte af, waardoor de thermostaat langer doorstookt om dezelfde kamertemperatuur te halen. Dat verschil zie je op je jaarafrekening. Voor een woning die toch al matig geïsoleerd is loopt dat hard op, en wat de isolatiestaat van een huis over je stookkosten zegt staat in het stuk over wat een energielabel van A tot G betekent voor het huis dat je wilt kopen.
Wat mij betreft hoort dit rondje in dezelfde categorie als het controleren van je bandenspanning: klein, saai, en het verschil tussen een huis dat werkt en een huis dat je irriteert. Doe het één keer per jaar in september, voordat het echt koud wordt. Ben je net verhuisd, dan is dit trouwens ook meteen het moment om te noteren waar de hoofdkraan zit en welk type ketel er hangt, want dat is precies het soort informatie waar je in januari om vijf uur ’s middags niet naar wilt zoeken. Andere dingen die in die eerste weken beter meteen op orde zijn, staan in het overzicht over je eerste huis inrichten als starter.
En de zolderradiator die bij ons elke winter opnieuw begint te borrelen? Die is inmiddels de eerste die ik ontlucht. Niet omdat het moet, maar omdat ik na drie jaar weet dat hij dat toch gaat doen.