Box 3 in gewone taal: wat er nu wel en niet verandert voor je spaargeld
De coalitie komt er niet uit over box 3 en het besluit gaat op de lange baan. Wat dat betekent voor je spaargeld, met de bedragen en percentages van 2026.
Als je net begint met sparen of voor het eerst wat geld opzij hebt staan, is box 3 het onderwerp waar je het snelst op afhaakt. Er wordt al vier jaar over gepraat, er komt om de paar maanden een nieuw plan voorbij en niemand legt uit wat het nou voor jouw rekening betekent. Deze week kwam er weer een bericht bij, en de kern is eigenlijk simpel: er verandert voorlopig niets, en juist dat is het nieuws.
Wat er in Den Haag is misgelopen
De coalitie is het niet eens geworden over de manier waarop vanaf 2028 belasting wordt geheven op sparen en beleggen. Dat meldde NU.nl op 2 september op basis van Haagse bronnen. Staatssecretaris Eelco Eerenberg zou deze zomer met een reparatiewet komen voor het stelsel dat per 2028 zou ingaan, omdat daar van alle kanten kritiek op was. Die reparatie komt er nu niet.
In plaats daarvan gaat het wetsvoorstel dat nog bij de Eerste Kamer ligt in de koelkast. Dat is geen intrekking maar een pauze, en het heeft een praktisch voordeel voor de begroting: de opbrengst van het nieuwe stelsel mag op papier blijven staan terwijl het besluit vooruit wordt geschoven. Als er in 2028 helemaal geen nieuw stelsel is, kost dat de staatskas volgens NU.nl 2,4 miljard euro per jaar, want het huidige stelsel levert veel minder op.
Waar de ruzie precies over gaat
Het twistpunt heeft een lelijk woord: de aanwasbelasting. Daarbij betaal je elk jaar belasting over de waardestijging van je vermogen, ook als je die winst nog helemaal niet in handen hebt. Je aandelen zijn op papier duizend euro meer waard geworden, en over die duizend euro reken je af, ook al heb je niets verkocht. Het linkerdeel van de Tweede Kamer is daar voorstander van, en coalitiepartij D66 ook.
VVD en CDA stemden in februari nog voor de wet die dat regelt, maar volgens NU.nl kreeg vooral de VVD daar snel spijt van, en ontstonden er voor de zomer ook twijfels bij de christendemocraten in de Eerste Kamer. Daar dreigde de wet te sneuvelen.
Het alternatief waar het nu naartoe lijkt te gaan is de vermogenswinstbelasting. Daarbij betaal je pas als je je winst echt verzilvert, dus op het moment dat je verkoopt. Voor spaarders en beleggers is dat een stuk logischer om uit te leggen, maar het levert in de eerste jaren flink minder op: ambtenaren rekenden uit dat het tot 2036 om ongeveer 22 miljard euro kan gaan. En snel is het niet. De Belastingdienst gaf eerder aan de overstap pas per 2032 aan te kunnen. Eerenberg zou de Kamer rond Prinsjesdag bijpraten.
Wat dit voor jouw spaargeld betekent
Voorlopig blijft alles zoals het nu is. Je betaalt in box 3 belasting over je bezittingen min je schulden, en alleen over het deel boven het heffingsvrij vermogen. Dat is voor 2026 vastgesteld op 59.357 euro per persoon, en op 118.714 euro als je het hele jaar een fiscale partner hebt. Dat staat op de pagina Heffingsvrij vermogen van de Belastingdienst.
Zit je daarboven, dan rekent de Belastingdienst niet met wat je werkelijk hebt verdiend, maar met vaste percentages per soort vermogen. Voor 2026 zijn dat volgens de berekening van het box 3-inkomen:
| Soort vermogen | Percentage 2026 |
|---|---|
| Bank- en spaartegoeden | 1,28% (voorlopig) |
| Beleggingen en andere bezittingen | 6,00% |
| Schulden | 2,70% (voorlopig) |
Over de uitkomst betaal je 36 procent belasting, het tarief dat sinds 2024 geldt. De percentages voor banktegoeden en schulden staan nog niet definitief vast; die worden begin 2027 vastgesteld en pas dan gebruikt voor je definitieve aanslag over 2026.
Twee dingen die veel beginners niet weten en die je geld kunnen schelen. Ten eerste telt alleen de stand op 1 januari. Wat je in de loop van het jaar spaart of uitgeeft, doet voor die aangifte niet mee. Ten tweede geldt sinds de uitspraken van de Hoge Raad dat je werkelijke rendement wordt belast als dat lager is dan het fictieve rendement. Voor spaarders met een normale spaarrekening scheelt dat meestal weinig, maar wie een slecht beleggingsjaar had kan er flink onder zitten, en dan is het de moeite waard om het werkelijke rendement door te geven.
Wat je hier zelf mee kunt
Het eerlijke antwoord is: niet zo veel, en dat is precies waarom je er ook geen dure beslissingen op moet baseren. Ik zie mensen om me heen die hun spaargeld verschuiven, een tweede rekening openen of juist gaan beleggen omdat ze denken dat er per 2028 iets aan zit te komen. Op dit moment is niet eens duidelijk of dat stelsel er komt, wanneer het ingaat en op welke manier het rekent. Een plan bouwen op een wet die in de koelkast ligt is geen plan.
Wat wel verstandig is:
- Zet op 1 januari een screenshot of een schermafdruk van je saldi klaar. Dat is de peildatum, en je hebt die bedragen bij je aangifte nodig.
- Kijk of je onder het heffingsvrij vermogen blijft. Zo ja, dan raakt de hele discussie je nu simpelweg niet.
- Ga na of je werkelijke rendement lager was dan wat de Belastingdienst voor je invult. Bij beleggingen kan dat schelen, bij spaargeld zelden.
- Wacht Prinsjesdag af voor je conclusies trekt. Eerenberg heeft toegezegd de Kamer dan bij te praten.
Doe je binnenkort voor het eerst zelf aangifte, dan is dat het moment waarop dit allemaal concreet wordt. We schreven eerder uit hoe je kiest tussen je eerste belastingaangifte zelf doen, software gebruiken of een boekhouder inschakelen. En wie overweegt om een deel van zijn spaargeld te gaan beleggen, doet er goed aan eerst de basis door te nemen in onze uitleg over investeren voor beginners, want het verschil tussen 1,28 en 6,00 procent in de tabel hierboven laat precies zien dat de fiscus die twee heel anders behandelt.
Tot slot iets wat je in het nieuws niet vaak leest. Dit dossier loopt al vier jaar, en elke keer dat er een besluit uitblijft wordt de kans groter dat het uiteindelijk in één keer verandert in plaats van geleidelijk. Dat is voor beginners het echte risico: niet dat de belasting hoger wordt, maar dat de regels ineens anders zijn op een moment dat je er net aan gewend was.