begin goed. begin hier.
Ondernemen

Nieuwe zzp-wet vanaf 2028: wat het betekent als je net voor jezelf begint

De Zelfstandigenwet moet in 2028 ingaan. Wat de twee toetsen en de eis van drie opdrachtgevers betekenen voor starters, en waar je nu al op let.

Bart 12 oktober 2026 4 min lezen
Jonge zelfstandige werkt aan een laptop aan een keukentafel

Begin je net voor jezelf, dan heb je de afgelopen weken vast iets gelezen over een nieuwe zzp-wet. Het kabinet presenteerde op 1 oktober 2026 de Zelfstandigenwet, die vanaf januari 2028 moet bepalen wanneer je zeker weet dat je als zelfstandige mag werken. Dat klinkt ver weg, maar een paar regels raken juist starters. En de jaren tot 2028 tellen ook mee. Ik zet op een rij wat er in het voorstel staat en waar je nu al op let.

Wat de Zelfstandigenwet wil regelen

Al ruim twintig jaar is onduidelijk wanneer iemand echt zelfstandig is en wanneer hij eigenlijk in loondienst werkt. Opdrachtgevers die met een schijnzelfstandige werken, lopen het risico op een naheffing van de Belastingdienst. Uit angst daarvoor huurt een deel van de bedrijven minder of helemaal geen zzp’ers meer in.

De nieuwe wet moet volgens de Rijksoverheid zorgen voor duidelijke spelregels vooraf. Wie aan de voorwaarden voldoet en ook echt zo werkt, komt in wat het kabinet een veilige haven noemt. Dan weet je zeker dat je als zelfstandige aan de slag kunt. Er komen twee toetsen.

  • De zelfstandigentoets kijkt naar jou als ondernemer. Heb je de basis op orde, zoals een inschrijving bij de KVK en eigen facturen, hoeveel opdrachtgevers heb je en heb je je verzekerd tegen ondernemersrisico’s.
  • De werkrelatietoets kijkt naar een concrete opdracht. Bepaal je zelf hoe je het werk organiseert, en werk je voor eigen rekening en risico.

Haal je die toetsen niet, dan ben je niet automatisch werknemer. Je valt dan terug op de regels die nu al gelden.

Waarom dit voor starters lastig kan zijn

De details maken het verschil. Volgens TPO, dat over de presentatie berichtte, staan in de zelfstandigentoets onder meer een KVK-inschrijving, een btw-nummer, een zakelijke rekening en eigen facturen. Daarnaast moet je over het lopende en het vorige kalenderjaar minstens drie opdrachtgevers hebben gehad. Ook moet je een minimumbedrag uitgeven aan voorzieningen zoals een arbeidsongeschiktheidsverzekering, pensioen of een aansprakelijkheidsverzekering. Hoe hoog dat bedrag wordt, is nog niet bekend.

Die eis van drie opdrachtgevers is voor een beginner het lastigste punt. Wie in zijn eerste jaar met een grote klant start, wat heel gewoon is, haalt dat misschien niet. Volgens TPO telt werk via een bemiddelingsbureau voor verschillende opdrachtgevers voorlopig als een opdrachtgever. Eerlijk gezegd vind ik het een terechte vraag of zo’n regel echte starters niet meer in de weg zit dan schijnzelfstandigheid tegengaat. Het is wel goed om te weten dat het nog een voorstel is.

Wat er tot 2028 gebeurt

Het voorstel ligt tot en met 29 oktober 2026 in internetconsultatie. Daarna moeten de Tweede en de Eerste Kamer er nog over beslissen. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. De criteria kunnen in die tijd nog veranderen.

Tot die tijd gelden de huidige regels. De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer volledig op schijnzelfstandigheid. Wordt die vastgesteld, dan kan de dienst bij de opdrachtgever direct naheffen. Sinds 1 januari 2026 kunnen daar vergrijpboetes bij komen. Het risico ligt dus vooral bij de opdrachtgever, maar jij merkt het als een klant twijfelt of je wel kunt inhuren.

Waar je nu al op let

De criteria uit het voorstel zijn eigenlijk een handige checklist, ook als de wet nog niet geldt. Wie zijn zaak nu al zo inricht, staat sterker bij een opdrachtgever en straks in de veilige haven.

  • Regel de basis. Schrijf je in bij de KVK, open een aparte zakelijke rekening en stuur zelf je facturen. Hoe je je eigen bedrijf inschrijft en wat daarna komt, lees je in onze gids.
  • Werk aan meer dan een klant. Ook als je met een grote opdracht begint, is het verstandig om er kleinere opdrachten naast te zoeken. Dat helpt straks bij de toets en maakt je minder afhankelijk.
  • Houd de regie over je werk. Spreek af wat je oplevert, niet hoe je je dag indeelt. Werk je op dezelfde manier als de vaste medewerkers, met een rooster en een leidinggevende, dan lijkt het al snel op loondienst.
  • Denk na over je risico’s. Kijk welke verzekeringen bij jouw werk passen, zoals een arbeidsongeschiktheids- of aansprakelijkheidsverzekering, en zet geld opzij voor later. Dat moet straks waarschijnlijk toch.
  • Leg je afspraken vast. Een duidelijke opdrachtomschrijving of offerte laat zien dat je als ondernemer werkt. Een voorbeeld vind je in je eerste offerte schrijven.

Wil je zelf iets van het voorstel vinden, dan kun je tot en met 29 oktober reageren via internetconsultatie.nl. Juist starters worden in zo’n consultatie weinig gehoord, terwijl de eis van drie opdrachtgevers hen het hardst raakt. Een korte reactie over hoe jouw eerste jaar eruitziet, kan dus best waardevol zijn.