begin goed. begin hier.
Eerste huis

Eén op vijf sociale huurwoningen naar statushouders: zo vergroot je je kans

21 procent van de starters in een sociale huurwoning was in 2024 statushouder, blijkt uit CBS-cijfers. Hoe voorrang werkt en wat je zelf doet om je kans te vergroten.

Bart 29 oktober 2026 4 min lezen
Rij sociale huurwoningen in een Nederlandse woonwijk

Van alle starters die in 2024 in een vrijgekomen sociale huurwoning gingen wonen, was 21 procent statushouder. In 2018 was dat nog 9 procent. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS, waar de NOS, RTL en De Telegraaf vandaag over schreven. Sta je zelf op een wachtlijst, dan voelt dat al snel als een reden waarom het bij jou niet opschiet. Het verhaal achter de cijfers is genuanceerder. En belangrijker, het zegt iets over hoe toewijzing werkt, en daar heb je als woningzoekende meer aan dan aan de discussie.

Wat de cijfers wel en niet zeggen

Er circuleren in de politiek al jaren verschillende percentages, en dat komt doordat er naar verschillende groepen wordt gekeken. Het CBS zet ze naast elkaar.

CBS, cijfers over 2024Aandeel statushouders
Alle vrijgekomen corporatiewoningenRuim 8 procent, ruim 13.000 woningen
Starters die een vrijgekomen corporatiewoning kregen21 procent
Starters in 2018, ter vergelijking9 procent

Het aantal woningen voor statushouders steeg in 2024 nauwelijks ten opzichte van een jaar eerder. Dat het aandeel onder starters zo hoog is, komt volgens CBS-demograaf Ruben van Gaalen doordat er nog achterstanden worden ingehaald. Na de hoge asielinstroom van 2015 en 2016 moesten veel statushouders lang wachten in een opvanglocatie. Wie daarna een woning krijgt, laat geen woning achter. Bij huishoudens met een statushouder kwam na de verhuizing bij 16 procent een woning vrij, bij andere huishoudens bij ruim de helft.

Er zijn ook regionale verschillen. In Flevoland ging met 12 procent het grootste deel van de corporatiewoningen naar statushouders, en ook in Gooi en Vechtstreek en Utrecht lag het aandeel hoog. Of de wachttijd daar daardoor langer is, kan het CBS niet zeggen. Dat hangt volgens Van Gaalen ook af van hoeveel woningen en woningzoekenden er zijn en hoeveel mensen doorstromen.

Hoe voorrang werkt, en waarom het je wachttijd raakt

Wie een vergunning krijgt om in Nederland te blijven, heeft recht op huisvesting. Gemeenten moeten die regelen en maken daar afspraken over met woningcorporaties. Hoogleraar woningmarkt Peter Boelhouwer legt bij de NOS uit dat sommige corporaties een deel van hun woningen met voorrang toewijzen aan urgente gevallen. Statushouders zijn er daar één van. Andere voorbeelden zijn mensen die door ziekte niet in hun huis kunnen blijven, of van wie de woning wordt gesloopt.

Volgens Boelhouwer vallen er de laatste jaren steeds meer groepen onder die urgentie. Corporaties proberen te voorkomen dat de voorrangsgroep zo groot wordt dat gewone woningzoekenden heel lang moeten wachten. Daarom gaan gemeenten vaker zelf op zoek naar woonruimte voor statushouders.

Voor jou betekent dit dat het niet zozeer om één groep gaat, maar om het hele voorrangsdeel. Elke woning die met voorrang wordt toegewezen, gaat niet naar de wachtlijst. Hoe groot dat deel is, verschilt per gemeente en per regio. Dat vind ik het eerlijkste antwoord op de vraag waarom het bij jou lang duurt. Je kunt er niets aan veranderen, maar je kunt er wel slim op inspelen.

Wat je als starter in je eigen regio uitzoekt

De meeste woonruimtesites publiceren hoe hun woningen zijn verdeeld. Kijk bij jouw regio naar drie dingen.

  1. Het jaarverslag of de verhuurresultaten. Daarin staat vaak hoeveel woningen er via inschrijfduur, loting, voorrang of lokaal maatwerk zijn verhuurd. Dan weet je welk deel van het aanbod echt voor de wachtlijst is.
  2. De uitslagen per woning. Veel sites laten zien hoe lang de nieuwe huurder ingeschreven stond. Volg dat een paar weken voor het type woning dat jij zoekt.
  3. De regels voor jongeren en starters. Sommige gemeenten wijzen woningen met voorrang toe aan jongeren of mensen met een band met de gemeente. Dat heet lokaal maatwerk, en het staat in de huisvestingsverordening van je gemeente.

Met die drie dingen zie je snel of je in je eigen gemeente jaren moet wachten, of dat een buurgemeente met een ander aanbod een betere gok is. De verschillen die het CBS laat zien tussen regio’s, zie je daar in het klein terug.

Zo vergroot je je kans

Inschrijfduur blijft voor de meeste woningen het belangrijkste wat je hebt. Schrijf je in zodra je 18 bent en vergeet nooit je inschrijving te verlengen. Hoe dat inschrijven per regio werkt en welke inkomensgrenzen in 2026 gelden, staat uitgebreid in ons stuk over een sociale huurwoning als starter.

Heb je weinig inschrijfduur, reageer dan bewust op woningen die verloot worden. Daar maak je met een korte inschrijving evenveel kans als iemand die er al tien jaar staat. Kijk ook naar jongerenwoningen en tijdelijke woningen, en reageer op woningen waar minder mensen op afkomen, zoals een bovenwoning zonder lift. Houd je zoekprofiel op de woonruimtesite actueel, zodat je meldingen krijgt van woningen die je anders mist.

En kijk breder dan sociale huur. Verdien je net boven de grens, dan is de vrije sector je route. Daar vraagt de verhuurder vaak een hoog inkomen, maar met een garantsteller of samen huren kom je er soms toch in. Dat lees je in ons stuk over een inkomenseis die je niet haalt. Wachten op een sociale huurwoning is voor veel starters de goedkoopste route, maar zelden de snelste. Het helpt om dat vanaf het begin te weten en meerdere sporen tegelijk te volgen.