Box 3 blijft voorlopig bij het oude: wat dat betekent voor je spaargeld
Het nieuwe box 3-stelsel haalde Prinsjesdag niet en is een half jaar doorgeschoven. Wat je nu betaalt over je spaargeld, met een rekensom bij 40.000 en 75.000 euro.
Het nieuwe box 3-stelsel, waarin je belasting betaalt over je werkelijke rendement in plaats van over een verondersteld rendement, haalde Prinsjesdag niet. De coalitie werd het niet eens en schoof het besluit ongeveer een half jaar door, naar de Voorjaarsnota. Voor jou betekent dat: over je spaargeld gelden voorlopig gewoon de regels die er nu al zijn.
Wat er dinsdag wel en niet gebeurde
D66, VVD en CDA praatten tot vlak voor Prinsjesdag door over box 3 en kwamen er niet uit. Het kabinet schreef de Kamer dat het nog niet mogelijk is om met een voorstel te komen dat op brede steun kan rekenen. De NOS rekende voor dat het huidige tijdelijke stelsel de schatkist daardoor minstens 2,4 miljard euro per jaar blijft kosten, omdat mensen met hoge rendementen afrekenen over een lager verondersteld rendement.
De inzet van de VVD is een vermogenswinstbelasting: je rekent pas af als je je aandelen verkoopt. Uit de stukken die op Prinsjesdag verschenen blijkt dat zo’n stelsel de schatkist de komende jaren miljarden zou schelen, en de Volkskrant noemde dat op basis van diezelfde stukken een zeer dure grap. Ook Het Financieele Dagblad schreef dat de staatssecretaris waarschuwt dat een snelle invoering risico’s meebrengt.
Op papier mikt het kabinet nog steeds op 1 januari 2028 voor de Wet werkelijk rendement box 3, die de Tweede Kamer al heeft aangenomen en waar de Eerste Kamer nog over moet. Met een half jaar extra vertraging wordt die datum wel erg krap. Wat wij ervan vinden: reken er als starter voorlopig niet op dat het stelsel op tijd verandert, en ga uit van de regels zoals ze nu zijn.
Wat je nu echt betaalt
In 2026 heeft iedereen een heffingsvrij vermogen van 59.357 euro. Heb je op 1 januari minder dan dat, dan betaal je geen box 3-belasting. Een fiscaal partner heeft hetzelfde bedrag, dus samen is dat ruim 118.000 euro.
Zit je erboven, dan rekent de Belastingdienst met vaste rendementspercentages per soort bezit. Voor 2026 zijn dat volgens de rekenregels van de Belastingdienst 1,28 procent voor bank- en spaartegoeden, 6,00 procent voor beleggingen en overige bezittingen en 2,70 procent voor schulden. Over het resultaat betaal je 36 procent belasting.
Twee rekensommen
Stel, je hebt 40.000 euro gespaard voor een eerste huis. Dat blijft onder het heffingsvrij vermogen, dus je betaalt nul euro box 3-belasting. Je geeft het wel op in je aangifte, maar het kost je niets.
Heb je 75.000 euro op een spaarrekening staan, dan gaat het zo. Het verondersteld rendement is 1,28 procent van 75.000 euro, oftewel 960 euro. Je grondslag sparen en beleggen is 75.000 min 59.357, dus 15.643 euro. Dat is 20,9 procent van je totale vermogen, en dus wordt maar 20,9 procent van die 960 euro belast: ongeveer 200 euro. Daarover betaal je 36 procent, en dat komt neer op zo’n 72 euro belasting over een jaar.
Staat diezelfde 75.000 euro niet op een spaarrekening maar in beleggingen, dan telt het percentage van 6,00 procent. Het verondersteld rendement is dan 4.500 euro, waarvan ongeveer 939 euro wordt belast, en je betaalt zo’n 338 euro. Dat verschil van ruim 250 euro komt puur doordat de fiscus aanneemt dat je op beleggingen meer verdient.
Als je dat rendement helemaal niet hebt gehaald
Precies daar zit de uitweg die de Hoge Raad heeft afgedwongen. Is je werkelijke rendement lager dan het verondersteld rendement, dan mag je daarover belasting betalen en niet over het forfait. De Belastingdienst past dat aan in je aangifte, niet in je voorlopige aanslag, want je werkelijke rendement is pas na afloop van het jaar bekend. Voor een belegger die een slecht jaar had, scheelt dat direct geld.
Voor spaarders is het verschil meestal klein, want 1,28 procent ligt dicht bij wat een spaarrekening in 2026 oplevert. Doe je voor het eerst aangifte en weet je niet wat je hiermee moet, dan helpt ons stuk over je eerste belastingaangifte.
Wat je hier nu mee doet
Kort gezegd: niets bijzonders, en dat is het nieuws. Je hoeft je spaargeld niet te verschuiven, niets te verkopen en geen constructies op te zetten voor een stelsel dat er misschien pas in 2029 komt. Wel loont het om te weten waar je staat ten opzichte van die 59.357 euro, want daaronder ben je simpelweg vrijgesteld. En kijk bij een gezamenlijke rekening met een partner naar wie wat aangeeft, want de verdeling bepaalt of je samen onder de vrijstelling blijft.
Wat er in het voorjaar ook uitrolt, één ding staat vast: hoe langer dit duurt, hoe groter de kans dat het nieuwe stelsel niet in 2028 begint. In april weten we meer. Eerder schreven we al wat er in box 3 wel en niet verandert, en die uitleg blijft voorlopig gewoon overeind.