Pensioen voelt ver weg als je twintig bent en net samenwoont. Toch zit er in je pensioenregeling iets wat nu al telt: het nabestaandenpensioen, het geld dat je partner krijgt als jij overlijdt. Door de nieuwe pensioenwet verandert dat, en volgens NU.nl pakt het voor veel mensen gunstiger uit. Er zit wel een addertje onder het gras, en dat raakt juist jonge stellen die samenwonen zonder te trouwen. De AFM waarschuwde onlangs dat onduidelijkheid over de regeling tot schrijnende situaties kan leiden.
Niemand denkt graag na over zijn eigen overlijden. Maar dit is een van die dingen die je één keer goed regelt en daarna kunt vergeten. Hieronder lees je wat er verandert en wat je samen nakijkt.
Wat verandert er aan het nabestaandenpensioen?
De Wet toekomst pensioenen geldt sinds 1 juli 2023, maar pensioenfondsen en verzekeraars hebben tot uiterlijk 1 januari 2028 de tijd om over te stappen. Of de nieuwe regels al voor jou gelden, hangt dus af van je pensioenregeling. Dat zie je in de berichten van je pensioenfonds of vraag je na bij je werkgever.
De grootste verandering zit in het partnerpensioen als je overlijdt vóór je pensioendatum. Vroeger bouwde je daarvoor in de loop van je loopbaan een potje op. Werkte je pas kort ergens, dan was dat potje klein. In het nieuwe stelsel is het partnerpensioen een risicoverzekering die vastzit aan je baan en je salaris. Je partner en kinderen tot 25 jaar krijgen een percentage van je laatste loon, ongeacht hoe lang je bij je werkgever werkt.
Voor starters is dat goed nieuws, en eerlijk gezegd een van de weinige pensioenveranderingen waar jongeren direct beter van worden. Wie net zijn eerste baan heeft, is meteen even goed gedekt als een collega die er al twintig jaar zit. Welk percentage geldt, staat in de pensioenregeling van je werkgever. Staat daar niets over nabestaandenpensioen in, dan krijgt je partner ook niets.
De keerzijde: wisselen van baan
Omdat de verzekering aan je dienstverband hangt, verlies je haar als je uit dienst gaat. Voor twintigers die vaak van baan wisselen is dat het belangrijkste punt om te snappen. Er is wel een vangnet. Na het einde van je dienstverband loopt de dekking nog minimaal drie maanden door, en sommige fondsen en verzekeraars hanteren zes maanden. Pensioenjurist Pieter van Egmond zegt daarover tegen NU.nl dat je “niet meer in een gat tussen twee banen” valt.
Krijg je na je baan een WW-uitkering of een Ziektewetuitkering, dan blijf je in principe verzekerd. Ga je na je baan op reis, begin je voor jezelf of neem je een tussenjaar zonder uitkering, dan stopt de dekking na die uitloopperiode. Je kunt de verzekering onder voorwaarden vrijwillig voortzetten. De premie gaat dan van je opgebouwde pensioen af, waardoor dat lager uitvalt, maar je partner blijft gedekt. Dat regel je zelf bij je pensioenfonds. Doe je niets, dan krijgt je partner bij overlijden na de uitloopperiode niets uit die regeling.
Ga je ontslag nemen bij je eerste baan zonder dat er direct een nieuwe klaarligt, zet dit dan op je lijstje. Het is zo’n detail dat niemand je vertelt bij je afscheidsborrel.
Samenwonen zonder trouwen: zelf aanmelden
Dit is het punt waar het vaakst iets misgaat. Ben je getrouwd of heb je een geregistreerd partnerschap, dan krijgt het pensioenfonds dat meestal automatisch door via de Basisregistratie Personen. Woon je samen zonder te trouwen, dan weet je pensioenfonds niet dat je een partner hebt. Je moet je partner zelf aanmelden. Wie niet is aangemeld, krijgt bij overlijden soms niets.
Let op dat het om twee aanmeldingen gaat. Jij meldt je partner aan bij jouw pensioenfonds, en je partner meldt jou aan bij het zijne. Werken jullie allebei, dan zijn dat vaak twee verschillende fondsen. Leg je jullie afspraken ook meteen vast, lees dan wat er in een samenlevingscontract hoort te staan.
Volgens Van Egmond is de definitie van partner in het nieuwe stelsel verruimd en gelijkgetrokken, waardoor meer mensen partnerpensioen krijgen. Hij wijst er ook op dat wie in de pensioenregeling elkaars partner is, fiscaal ook partner is. Dat werkt door in je belastingaangifte, dus neem dat mee als je de aanmelding doet.
Wat je samen nakijkt
Plan er een avond voor en loop deze vragen samen door:
- Geldt de nieuwe regeling al bij jullie pensioenfondsen, of zitten jullie nog in de oude?
- Welk percentage van je laatste loon krijgt je partner bij overlijden? Dat staat in de pensioenregeling van je werkgever, die je kunt opvragen.
- Heb jij je partner aangemeld, en heeft je partner jou aangemeld? Check het bij beide fondsen, niet alleen bij je eigen.
- Hoe lang loopt de dekking door als een van jullie van baan wisselt, drie of zes maanden?
- Is het bedrag genoeg? Kan je partner de huur of hypotheek alleen betalen?
Die laatste vraag is waar de meeste stellen niet aan toekomen. Nationale-Nederlanden adviseert, ook via NU.nl, om niet alleen te kijken of er nabestaandenpensioen is, maar ook of de hoogte past bij jullie financiële situatie. Hebben jullie net samen een huis gekocht, dan is dat een ander verhaal dan bij een gedeelde huurwoning. Past het niet, dan is een overlijdensrisicoverzekering de gebruikelijke aanvulling, zeker naast een hypotheek.
Je pensioenoverzicht is daarbij een handige start. Op Mijnpensioenoverzicht.nl zie je bij welke fondsen je pensioen hebt opgebouwd. Weet je niet goed hoe je zo’n overzicht leest, dan helpt ons stuk over je pensioenoverzicht voor het eerst lezen.
Waarom het nu de moeite waard is
De AFM wil dat pensioenuitvoerders zelf actief nagaan wie recht heeft op partner- of wezenpensioen en duidelijk maken wanneer de dekking eindigt. Nationale-Nederlanden pleit voor een systeem waarbij pas bij overlijden wordt vastgesteld of er een partner is, zodat een vergeten aanmelding geen gevolgen heeft. Zover is het nog niet. Tot die tijd ligt het bij jullie.
Mijn advies: wacht niet tot je pensioenfonds je een brief stuurt. Je partner aanmelden is snel gedaan, en het is precies het soort ding dat je regelt als je samen de huur, de energierekening en de verzekeringen op een rij zet.




