Kilometervergoeding in je eerste baan: wat je krijgt en wat onbelast mag
Hoe de kilometervergoeding voor woon-werkverkeer werkt, wat in 2026 onbelast mag, een rekenvoorbeeld en hoe je er bij je eerste baan over onderhandelt.
Tanken is duur, en wie voor een eerste baan elke dag met de auto heen en weer rijdt, merkt dat meteen. Vakbond CNV wil daarom dat werkgevers hun mensen de maximale onbelaste kilometervergoeding van 25 cent geven, meldde Radar op 30 september 2026. Volgens CNV krijgt nu maar 5 tot 8 procent van de werkenden dat volle bedrag. Begin je net aan je eerste baan, dan is dit een goed moment om te snappen hoe die vergoeding werkt en wat je ervan kunt vragen.
Hoe de kilometervergoeding werkt
Een reiskostenvergoeding is geen wettelijk recht. Je werkgever hoeft je dus niets te betalen voor woon-werkverkeer, tenzij het in je cao, je arbeidscontract of een regeling binnen het bedrijf staat. Dat verrast veel starters, die ervan uitgaan dat het er gewoon bij hoort. Bij veel werkgevers is dat ook zo, maar het bedrag loopt flink uiteen.
Wat de overheid wel regelt, is hoeveel een werkgever je belastingvrij mag geven. Tot en met 2025 was dat 23 cent per kilometer. Het kabinet verhoogde dat bedrag in april 2026 naar 25 cent per kilometer, met terugwerkende kracht voor heel 2026, als reactie op de hoge brandstofprijzen. Dat staat onder meer in een bericht van Salaris Vanmorgen over het besluit. De verhoging betekent niet dat je werkgever je automatisch 25 cent gaat betalen, alleen dat het tot dat bedrag belastingvrij mag.
Geeft je werkgever meer dan 25 cent, dan is het deel erboven gewoon loon waarover je belasting betaalt. Geeft hij minder, dan kun je het verschil niet zelf aftrekken. De Belastingdienst is daar duidelijk over. Ben je in loondienst en reis je met eigen vervoer, dan heb je geen recht op reisaftrek. Het maakt overigens niet uit of je met de auto, de scooter of de fiets komt. Ook voor fietskilometers mag een werkgever de onbelaste vergoeding geven.
Een rekenvoorbeeld
Veel werkgevers betalen geen bedrag per gereden rit, maar een vaste vergoeding per maand. Ze gaan dan uit van een vast aantal werkdagen per jaar, voor een voltijdbaan 214 dagen. Woon je 20 kilometer van je werk, dan ziet dat er zo uit.
| Vergoeding per kilometer | Per werkdag (40 km heen en terug) | Per jaar (214 dagen) | Per maand |
|---|---|---|---|
| 25 cent (onbelast maximum 2026) | 10,00 euro | 2.140 euro | ongeveer 178 euro |
| 19 cent | 7,60 euro | 1.626 euro | ongeveer 136 euro |
| 12 cent | 4,80 euro | 1.027 euro | ongeveer 86 euro |
Het verschil tussen 12 en 25 cent is in dit voorbeeld ruim 1.100 euro per jaar, netto, want het is belastingvrij. Dat is voor een starterssalaris een serieus bedrag. Werk je parttime of deels thuis, dan reken je met minder dagen. Hoe zo’n vergoeding op je loonstrook staat, lees je in ons stuk over je eerste loonstrook lezen. Wil je weten wat de rit zelf je kost, dan helpt deze rekensom voor tanken per maand.
Wat CNV vraagt
CNV wil dat werkgevers het onbelaste maximum gaan betalen en vraagt het kabinet daarnaast om de accijns op brandstof met 20 cent per liter te verlagen. Vier op de vijf werkenden voelen de hogere prijzen volgens de bond in hun portemonnee. CNV-voorlichter Jolanda van Zwieten zegt het in Radar zo kort als het kan. “Je gaat naar je werk om geld te verdienen, niet om geld te betalen.”
Ik vind dat een terecht punt, zeker voor starters. Wie jong is, woont vaak niet waar het werk zit, omdat betaalbare woningen in de stad schaars zijn. Dan ben je dus juist degene die het verst rijdt en het minst verdient.
Zo onderhandel je erover
Bij je eerste baan denk je vooral aan het salaris, maar de reiskosten zijn een onderdeel waar werkgevers vaak meer ruimte hebben. Het kost hen minder dan een hoger brutoloon, omdat er geen belasting en premies over gaan.
- Zoek eerst op wat de cao zegt. Valt je baan onder een cao, dan staat de reiskostenregeling daar meestal in. Dan is het een vast gegeven en hoef je er niet over te onderhandelen.
- Vraag het voor je tekent. In een sollicitatiegesprek of bij het aanbod is het gewoon om te vragen hoe de reiskosten geregeld zijn. Achteraf is het lastiger.
- Reken je eigen bedrag uit. Neem je afstand, je aantal werkdagen en 25 cent, en kom met dat getal. Een concreet bedrag werkt beter dan “kan er iets bij”.
- Bied een alternatief. Kan de werkgever niet hoger, vraag dan om een extra thuiswerkdag of om de mogelijkheid om met het ov te reizen op kosten van de zaak.
Heb je de baan al en is het bedrag laag, dan kun je het ook later aankaarten, bijvoorbeeld in je beoordelingsgesprek. In ons stuk over om salarisverhoging vragen staat hoe je zo’n gesprek opbouwt, en dezelfde aanpak werkt voor je reiskosten.